Uitgangspunten en aanpak

1. Inleiding

Deze pagina beschrijft de aanpak zoals die door TriUnity wordt gehanteerd om jongeren vanuit de situatie van een dagbesteding te begeleiden naar loonvormende arbeid. De beschrijving is opgebouwd uit twee delen:

  • Uitgangspunten beschrijven de achterliggende principes die ten grondslag liggen aan onze aanpak.
  • De aanpak is beschreven in elkaar opvolgende stappen.

2. Uitgangspunten

De aanpak van TriUnity is gebaseerd op de uitgangspunten die hieronder beschreven staan.

2.1 Levensbrede aanpak

Ieder mens maakt deel uit van sociale systemen zoals het gezin, de familie, een schoolklas of een werkomgeving. Elk mens is ook onderdeel van grotere systemen zoals een onderwijssysteem of de maatschappij. Het functioneren wordt dus niet alleen bepaald door individuele mogelijkheden en beperkingen, maar ook door de reacties van – en interactie met – de omgeving. Zo hebben moeilijkheden in het aangaan van sociale interacties veel invloed op de mogelijkheden die iemand in zijn werk heeft.

Problemen die voortkomen uit autisme kunnen deels worden ondervangen door het vergroten van individuele competenties, maar ook de directe omgeving kan voorwaarden bieden die beperkingen verminderen en specifieke talenten versterken. Ondersteuning vanuit een levensbreed perspectief betekent dat er gedurende het hele leven van een persoon op elk moment een passende vorm en mate van ondersteuning geboden wordt. Hierbij staat de hulpvraag én de situatie van de persoon centraal.

De ondersteuning van TriUnity is daarom integraal over de gebieden wonen (inclusief zorg en vrije tijd), ontwikkelen en werken heen, waarbij de jongeren worden uitgedaagd om zelf oplossing te zoeken en zich optimaal te ontwikkelen met ondersteuning die nodig is. Onze levensbrede aanpak volgt het werkelijke leven van de jongeren, waarbij ook de levensfase van invloed kan zijn op de begeleidingsvraag. Daarbij is de omgeving van belang en worden ouders, collega’s, onderwijsprofessionals en zo nodig ook vrienden en buren toegerust om beter met de jongeren om te gaan. De kracht van onze aanpak zit in de samenhang. Onze aanpak en de oplossingen stoppen niet bij de grenzen van verschillende beleidsterreinen, financieringsstromen, gemeentegrenzen of instellingsvormen.

2.2 Uitdaging en grenzen verleggen.

Om jezelf te kunnen ontwikkelen is het nodig om uitdagingen aan te gaan en je grenzen te verleggen. Dit geldt voor iedereen, mensen met of zonder autisme. De wijze waarop je met grenzen en uitdagingen omgaat leidt tot een succes of tot falen.

Jongeren met autisme hebben in hun leven al vaak gehoord dat zij zaken niet kunnen en niet capabel zijn, dat zij slecht zijn in sociale interactie etc. Een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen is vaak een gevolg. Dit leidt dan juist tot gedrag dat falen tot gevolg heeft. Keer op keer worden ze herbevestigd in het negatieve beeld dat zij van zichzelf hebben.

Om uit deze negatieve spiraal te komen is het van belang inzichtelijk te krijgen waar de talenten van de jongeren zitten. Door te ondersteunen in deze zoektocht en hen te begeleiden in het leer-/ ontwikkelproces kunnen we het negatieve zelfbeeld omzetten. Focus op het uitzonderlijke talent is daarbij de sleutel om de spiraal te keren.

Door de deelnemende jongeren te ondersteunen bij het structureren en het onderverdelen in kleine stappen van zowel sociale, arbeids- als vaktechnische vaardigheden. Met daarbij de overtuiging en stimulerende werking van de omgeving, is de kans van slagen groot. Dit leidt tot een zelfbeeld waarin de overtuiging ontstaat bij zowel de jongere zelf als bij zijn omgeving dat het lukt om een taak succesvol af te ronden.

Self efficacy model

Het zelfvertrouwen wordt opgebouwd en de kennis en kunde in het specifieke vakgebied vergroten tot dat van een specialist – oftewel tot succes! Op basis van dit succes kunnen de deelnemende jongeren hun bijdrage leveren in de maatschappij en van specifiek belang zijn voor een organisatie of een opdrachtgever. Dit principe is gebaseerd op het Self-efficacy model (zoals hierboven weergegeven) waarin het proces tot succes wordt aangegeven.

De jongeren worden gedurende dit proces begeleid door loopbaancoaches die dit model ondersteunen en een grote betrokkenheid hebben op het gebied van Wonen, Ontwikkelen en Werken.

2.3 Focus op Positieve Gezondheid

Machteld Huber is in 2015 uitgeroepen tot de meest invloedrijke persoon in de publieke gezondheid. Zij definieert gezondheid als:

“Het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.”

Dit nieuwe concept van gezondheid publiceerde Machteld Huber in 2011 in het tijdschrift British Medical Journal. Hubers concept positieve gezondheid gebruikt TriUnity als leidraad voor monitoring, analyse en aanpak van ieders persoonlijke ontwikkelplan.

Door regelmatige zelfmonitoring wordt inzicht verkregen in de versterkende en stabiele gebieden, maar ook in de gebieden waar extra ondersteuning gewenst is. Door dit in te zetten gaan we na of de ondersteuning in overeenstemming is met de feitelijke situatie en steeds aansluit bij de bestaande behoeften.

Een belangrijk aspect daarbij is dat deze monitoring zich niet alleen richt op de jongeren, maar ook kijkt naar diens omgeving en de direct betrokkenen, zoals ouders, leerkrachten, hulpverleners en werkgevers. De pijlers voor positieve gezondheid bieden een goed handvat voor monitoring en determinatie van de mogelijke hulpvraag bij de persoon en de direct betrokkenen.

Een tweede aspect van regelmatige zelfmonitoring is dat dit een goed beeld vormt van de individuele ontwikkeling in de loop van de tijd. Dit versterkt voor de jongeren het beeld dat ze hun eigen ontwikkeling doormaken, en geeft perspectief op volgende uitdagingen die kunnen worden aangegaan.

De ontwikkeling van de jongeren is gebaseerd op de uitgangspunten uit de vorige paragraaf. Zo is wonen, ontwikkelen en werken met elkaar verweven in onze aanpak.


3. De aanpak van TriUnity

De figuur hieronder geeft weer hoe onze aanpak op hoofdlijnen is ingevuld. Elke stap daarin wordt beschreven in de volgende paragrafen.

Stap 1. De instroom

De instroom start met een intake. In de intake worden de volgende zaken met elkaar besproken en vastgesteld:

  • Een scan op basis van positieve gezondheid; hiermee bepalen we welke ondersteuning gewenst is (zie Focus op Positieve Gezondheid)
  • Een loopbaanonderzoek; Persoonlijkheidstesten en ontwikkelingstesten; hiermee bepalen we het ontwikkelperspectief
  • Beroepskeuzetesten; hiermee bepalen we de richting en vorm van het opleidingsperspectief
  • Bereidheid tot je nek uitsteken om deel van de wereld uit te maken. Hiermee bepalen we of je wil beginnen aan een uitdagende tijd, op weg gaat naar een zo hoog mogelijke zelfstandigheid.

Het resultaat van de intake is een ontwikkelplan. Dit plan bevat het perspectief waaraan we gaan werken. Hierin staat het einddoel (de stijging op de participatieladder – zie figuur hieronder) en een stappenplan hoe we dat gaan realiseren, met concrete tussenliggende resultaten op het gebied van wonen, ontwikkelen en werken. Het plan kan zo nodig tussentijds bijgesteld worden. Een voorbeeld van een einddoel is voor een bepaalde jongere het realiseren van een stijging op de participatieladder van stap 2 via stap 3 naar stap 4.

Stap 2: Wonen

Op basis van de intake wordt de woonsituatie bekeken. Het kan zijn dat er een situatie is die aandacht nodig heeft. In deze fase worden plannen opgesteld rondom het wonen. Dit gebeurt in afstemming met de jongere, de ouders en reeds aanwezige ondersteuning. Als er nieuwe ondersteuning wenselijk is wordt deze gezamenlijk aangevraagd. Reeds bestaande plannen worden in overleg aangepast naar de nieuwe situatie.

Sociale activiteiten zoals sport vormen een belangrijk aspect van het wonen. Als dit nog niet is ingevuld gaan we gezamenlijk op zoek naar passende sportactiviteiten. Dit wordt zo nodig ingevuld met onze samenwerkingspartners. Daarnaast gaan we er als groep ook op uit. Elk jaar ondernemen we diverse excursies en uitjes. Zo gaan we zeker een keer naar de zomerfeesten. Lekker druk, heel leerzaam.

We werken samen met zowel startende als bestaande wooninitiatieven. Als blijkt dat de behoefte bestaat om voor onze deelnemers op termijn een eigen woonconcept te ontwikkelen wordt daarvoor een nieuw businessplan opgesteld.

Stap 3: Ontwikkelen

In samenwerking met diverse opleidingsorganisaties kunnen we lesstof aanreiken, die past bij het ontwikkelperspectief. Daarbij is het uitgangspunt dat de jongere zelfstandig werkt aan de lesstof, ondersteund door onze medewerkers. Daarvoor maken we gebruik van de samenwerkingsverbanden met organisaties die daarvoor certificering en bevoegdheden hebben, zoals de LOI en Dirksen Opleidingen.

De eerste focus zal liggen op het ontwikkelen van de vaktechnische vaardigheden. Deze ontwikkelen we door de diverse modules te volgen binnen het gekozen vakgebied bij een erkende organisatie. Des te verder de theoretische vaktechnisch kennis is opgebouwd, des te meer zal de focus komen te liggen op het toepassen van de opgedane kennis in de praktijk.

Logischerwijs zal in het begin veel nieuwe theorie geleerd worden. Gaandeweg zal de geleerde theorie in de gebracht praktijk worden. Daarnaast zal er ook aandacht zijn voor het plannen, aanbrengen van structuur, stellen van vragen, doorzettingsvermogen etc. We bieden dit aan in een omgeving waarin er rekening wordt gehouden met de specifieke kandidaten, maar waar zoveel mogelijk wordt gewerkt naar een reguliere werkomgeving.

Zodra de theoretische modules succesvol doorlopen zijn zal de jongere zijn examen afleggen. Dit gebeurt op een door de betreffende organisatie aangewezen locatie. Uiteraard zal er vooraf contact zijn met de organisatie en wordt er gekeken naar de benodigde randvoorwaarden om het behalen van het diploma succesvol te maken. Indien gewenst zal de jongere op deze dag begeleid worden door zijn coach/ loopbaancoach.

Stap 4: Werkervaring

Zoals hierboven aangegeven zal de jongere al gedurende zijn opleiding werkervaring opdoen. De betreffende coach/ loopbaancoach zal binnen de samenwerkende partijen, maar ook bij de bedrijven daarbuiten op zoek gaan naar passende werkzaamheden bij de opleiding. Deze werkzaamheden kunnen zowel op locatie van de opdrachtgever/ werkgever plaatsvinden als intern bij TriUnity. Dit is in de eerste plaats afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van de jongere en in de tweede plaats afhankelijk van de wensen van de opdrachtgever/ werkgever.

Stap 5: Werk

Al gedurende het traject zal de betreffende loopbaancoach zich inzetten voor het vinden van passende werkzaamheden. Uiteraard gaan wij ervan uit dat de betreffende deelnemer zo goed bevalt bij een opdrachtgever dat deze hem langdurige arbeid zal aanbieden. Indien dit onverhoopt niet zo mag zijn zal de coach samen met de jongere op zoek gaan naar een passende opdrachtgever.

Werk vinden

Indien de jongere zijn opleiding heeft afgerond én zoveel mogelijk uit het ontwikkelingstraject heeft gehaald wat betreft zowel vaktechnische-, arbeids- als sociale vaardigheden, dan wordt de jongere begeleid naar werk. Dit kan zowel intern bij TriUnity als extern, afhankelijk van de mogelijkheden van de jongere en het aanbod van werk(zaamheden). De jongere wordt begeleid door de coach/ loopbaancoach bij het zoeken naar passend werk, aanmaken van een LinkedIn profiel, opstellen van een CV, profiel, sollicitatiebrief en presentatie tijdens een sollicitatie gesprek.

Aan het werk blijven

Indien de jongere werk(zaamheden) heeft gevonden passend bij zijn ontwikkeling zal hij hierin begeleid worden door zijn coach. Daarnaast zal de coach ook de opdrachtgever begeleiden in de omgang en de wijze van aanspreken van de jongere. Bij veranderingen in de werkzaamheden, de werkomgeving of het team is het verstandig voor zowel de jongere als de opdrachtgever contact op te nemen met de coach. TriUnity zal ten alle tijden regelmatig contact onderhouden met de jongere en de opdrachtgever.TriUnity biedt opdrachtgevers inzicht in de mogelijkheden om jobcoaching & loonwaardebepaling aan te vragen voor de betreffende jongere.